Onderweg verbonden blijven, wat echt werkt
Foto: Unsplash. Een werkochtend aan een keukentafel in een chalet.
Dit is het stuk dat ik gewenst had te lezen voor mijn eerste lange reis. Geen checklist met apps die je moet installeren, geen lijst met "beste reissimkaarten", wel de kleine, meestal weinig romantische dingen die je uiteindelijk leert over verbonden blijven als je langer dan veertien dagen weg bent. Het is ook, ik geef het toe, het soort stuk waar ik zelf naar terugkeer telkens ik een nieuwe reis plan, omdat alles in deze categorie net frequent genoeg verandert om er opnieuw over te moeten nadenken.
Ik schrijf dit aan een keukentafel in een gehuurd hoevehuis nabij Aussois, zes weken in een werkverblijf. De aanbevelingen die volgen komen uit zes winters telewerk vanuit chalets in de Noordelijke Alpen, plus één lange herfst in Saigon. Waar iets alleen voor het ene geldt en niet voor het andere, zal ik dat zeggen.
De vraag van de mobiele data
Voor kortere reizen binnen de EU volstaat een Belgische of Nederlandse simkaart met EU-roaming en hoef je daar niet over na te denken. De "redelijk gebruik"-limieten die de telecomoperatoren publiceren zijn in de praktijk ruimer dan ze klinken, en zolang je niet de hele dag aan het torrenten bent zal er niet geknepen worden.
Voor reizen langer dan ongeveer een maand, of voor reizen buiten de EU, wil je een lokale simkaart. eSIM heeft die categorie de laatste twee jaar veranderd. Diensten als Airalo, Holafly en een handvol andere verkopen data-eSIMs van korte duur via het internet. Geen fysieke kaart, geen winkelbezoek. De prijs is een kleine meerprijs ten opzichte van een echte lokale simkaart, maar het gemak weegt op tegen het verschil. Voor Frankrijk gebruik ik nu een lokale Bouygues-simkaart die ik twee jaar geleden in een Carrefour in Annecy gekocht heb en sindsdien opgewaardeerd hou. Voor Vietnam gebruikte ik een Viettel-eSIM en was ik blij dat ik het gedaan had.
Hotspots en het probleem van het chalet
Bijna elk chalet dat ik ooit gehuurd heb adverteert met "wifi", en bijna geen enkel van die chalets heeft functionele wifi. Het patroon is altijd hetzelfde. De eigenaars hebben ergens in de jaren 2010 een router geplaatst, de aansluiting loopt over een ADSL-lijn naar beneden, naar het dorp, en tegen de tijd dat het signaal door drie verdiepingen hout heen gekropen is, is het amper bruikbaar.
De oplossing is om zelf een 4G-router mee te brengen. Een kleintje, ter grootte van een gsm, met een lokale data-simkaart erin. Je zet hem op een vensterbank die naar de vallei kijkt, je hangt alles eraan, en het probleem is opgelost. Ik gebruik een TP-Link M7350. Er bestaan equivalenten van andere merken. De data-abonnementen voor zo'n routers zijn in Frankrijk goedkoop, omdat de aanbieders mekaar daar hard beconcurreren op de markt rond thuisinternet.
Als je langer dan een maand op één plek zit, is het de moeite om de eigenaar van het huis te vragen of je tegen betaling de lijn zelf mag laten upgraden. Een derde van de eigenaars die ik dat ooit gevraagd heb, heeft ja gezegd. Eén ervan heeft me achteraf bedankt dat ik het had voorgesteld.
Het lastiger probleem, streamen vanuit het buitenland
Hier wordt het minder eenvoudig. Streamingdiensten zijn op een steeds agressievere manier gekoppeld aan geografie, en wat je vanuit welke plek kan bekijken verschilt zelfs tussen EU-lidstaten. De korte versie:
- De meeste grote streamingdiensten (Netflix, Disney+, Amazon, HBO Max) blijven binnen de EU werken onder de zogenaamde "portabiliteitsverordening" als je tijdelijk op reis bent, maar schakelen over naar lokale catalogi als je geacht wordt langer in het buitenland te zijn dan plausibel is voor een vakantie. De drempel is vaag en wordt niet consistent toegepast.
- Live nationale televisie (VRT, RTBF, BBC iPlayer, NPO Start) is in de regel geblokkeerd op IP-niveau tot het thuisland, en werkt zonder ingreep helemaal niet vanuit het buitenland.
- Sportrechten zijn de moeilijkste categorie. Belgisch voetbal zit verspreid over DAZN, Eleven en de eigen contracten van Telenet. Een Pro League-match volgen vanuit het buitenland is oprecht moeilijk.
Voor de eerste categorie kan je je laptop of telefoon meestal gewoon blijven gebruiken en de geleidelijke verschuiving van de catalogus erbij nemen. Voor de tweede categorie, live nationale tv, heb je grofweg drie opties:
- Een vpn terug naar je thuisland. Werkt soms, voor sommige diensten. De aanbieders blokkeren bekende vpn-IP-adressen actief, dus de ervaring is wisselend. Goedkoop, technisch vervelend.
- Een familielid vragen om jouw VRT MAX of NPO Start-account thuis "actief" te houden. Werkt voor af en toe even bingewatchen. Lost het probleem van live televisie niet op.
- Een aparte internet-tv-dienst die de zenders die je echt wil aggregeert. De meest betrouwbare oplossing, maar ook de categorie met de grootste variatie in kwaliteit per aanbieder.
Wat een internet-tv-dienst eigenlijk doet
Ik wil even stilstaan bij de derde optie, omdat dat de oplossing is waarover ik bij lezers het vaakst misverstanden zie. Een internet-tv-dienst (IPTV) is, in zijn legale vorm, in essentie een abonnement op live- en on-demand-zenders dat afgeleverd wordt via een internetverbinding. Het is dezelfde technologie die Proximus of Telenet gebruikt om hun eigen televisieproduct over je glasvezelverbinding tot bij je te brengen. Het verschil bij een onafhankelijke IPTV-aanbieder zit vooral in de zenderkeuze (zij neigen ernaar zenders uit meerdere landen samen te brengen, in plaats van op één land te focussen) en in de manier van afleveren, die over je gewone internetabonnement loopt in plaats van over een aparte settopboxlijn.
Het resultaat, als alles werkt, is dat je in een keuken in Aussois kan zitten en in real time naar het Journaal van Eén kan kijken, net zoals je dat in Antwerpen zou doen. Voor een expat of een lange-termijnreiziger uit België of Nederland is dat het dichtst dat je bij "tv van thuis" kan komen. De sector heeft zijn aandeel onbetrouwbare aanbieders. Als je deze weg op gaat, kies dan zorgvuldig, en geef de voorkeur aan aanbieders die hun zenderlijst publiek maken en een korte proefperiode aanbieden.
Ik heb een uitgebreidere gids geschreven over het specifieke probleem van Belgische tv kijken vanuit het buitenland, met de praktische kant van zo'n keuze vanuit het oogpunt van iemand die er een tijd zit.
De onromantische kleine dingen
- Hou een betaalde Google Drive met genoeg ruimte om je laptop te spiegelen. Eén gestolen tas in Saigon heeft mij dat geleerd.
- Print je reisdocumenten. Telefoons gaan plat. Papier niet.
- Neem één universele reisadapter met USB-C mee, plus een extra korte USB-C-kabel. De adapter is het meest uitgeleende voorwerp in elk gedeeld vakantiehuis.
- Hou een klein notitieboekje bij voor dingen die je onderweg niet kan oplossen. De helft van die dingen heeft zichzelf opgelost tegen het einde van de reis.
Voor de bredere context waarin dit allemaal van belang is, kan mijn trage reisroute tussen de Ardennen en de Alpen nuttig zijn. En als je de plek nog niet gekozen hebt, is het stuk over verborgen skidorpen in de Franse Alpen een goed startpunt, al geldt dat hoe kleiner het dorp, hoe groter de kans dat de chalet-wifi het laat afweten.